Panic Station

Angst. Onrust. Wantrouwen. En vooral veel poer. Dat zijn volgens uitdenker David Ausloos (Spel in Zicht nr.11) de ingrediënten van een spel Panic Tower. Het testteam van de avond – Thaïs, Renaat, Sarah en ikzelf – zagen het volledig zitten. Ons team werd vervolledigd met een Engelse snuiter die op eigen vraag aansloot. Met grote verwachtingen gingen we rond de tafel zitten en luisterden gespannen naar de speluitleg. Niemand wist toen al dat we die avond Sarah genadeloos zouden afslachten…

Mensen vs Parasieten

Panic Station is een coöperatief spel met intense paranoia. Spelers besturen een androïde en een soldaat. Beiden zijn lid zijn van een militair korps dat een gevaarlijke buitenaardse levensvorm moet lokaliseren en vernietigen. De speler die met zijn soldaat het parasietennest bereikt en drie benzinekaarten speelt, vernietigt het nest en wint het spel voor het menselijke team. Zo luiden de spelregels.

Een snuggere Renaat komt meteen met de hamvraag: “het menselijke team? Is er dan een andere team?” Luttele seconden komt onze niet zo snuggere Engelse medespeler met dezelfde vraag: “a human team? Is there…”.

Door een ingenieus spelmechanisme wordt één van ons de ‘gastheer’ van de parasiet. Hij of zij probeert via allerlei listen en lagen om andere spelers ongemerkt te infecteren en zo te beletten dat de mensen hun missie volbrengen. Enkel door het gedrag van onze medespelers nauwlettend in het oog te houden, maken we een kans tegen de geïnfecteerde spelers en dwalende parasieten.

‘Sounds fun!’ knikt onze Engelsman enthousiast. Misschien een beetje té enthousiast. Renaat en ik kijken elkaar aan. Ook al zijn de kaarten nog niet verdeeld, we hebben al een verdachte. En ook Thaïs ziet er niet te vertrouwen uit.

Spelvoorbereiding

De machinekamer wordt in het midden van de tafel gelegd. Elke speler krijgt twee personageschijfjes, twee controlekaarten, drie infectiekaarten en enkele zoekkaarten. Eén van deze kaarten of één van de bovenste kaarten van het kaartendek bevat de gastheerkaart. Na de eerste ronde is dus sowieso iemand geïnfecteerd. Maar wie?

Elke speler krijgt ook twee personages: een soldaat en een androïde. Zij starten elk met vier energie. Wie op 0 energie komt, sterft. Het energieniveau geeft ook het aantal actiepunten weer dat een speler mag verdelen onder zijn personages.

Parasietfase & Teamfase

Panic Station wordt gespeeld in rondes. Elke ronde bestaat uit twee fases: de parasietfase en de teamfase. In de teamfase bewegen alle op het spelbord aanwezige parasieten (aangeduid met parasietschijfjes) en vallen aan. Een grijze parasiet verwondt voor 1 energiepunt, een zwarte voor 2 energiepunten. Twee zwarte parasieten in dezelfde kamer als jouw ventje, en je bent al dood. Wauw, dat wordt uitkijken. “So, two black parasites…” Het is alsof we een Engelse echo in de zaal hebben.

Daarna volgt de teamfase. Elke speler gebruikt om beurten zijn of haar actiepunten. Je kan exploreren en nieuwe kamers ontdekken, je personages verplaatsen, een kamer doorzoeken, de computer activeren, herstellen in de ziekenboeg, een voorwerp gebruiken of een wapen afvuren. Op een parasiet of medespeler. “So, you can also hit a player…” Een laatste blik van verstandhouding wordt uitgewisseld tussen Renaat en mij. Alvast één speler zal de tafel niet levend verlaten. Parasiet of niet.

Wie de computer gebruikt opent beveiligingsdeuren, ontdekt een verborgen kamer of voert een warmtescan uit. Door deze scan weten de spelers hoeveel spelers zijn geïnfecteerd. Maar niet wie.

Het grootste gevaar schuilt in het doorzoeken van een kamer. Na de eerste speurtocht brengt zo’n zoektocht een parasiet in het spel. Verder moeten spelers ook een kaart ruilen als ze dezelfde kamer betreden. Een machtig mechanisme om snel aan de juiste kaarten te komen, maar er dreigt ook een enorm gevaar. Want geïnfecteerde spelers kunnen een infectiekaart doorspelen en zo andere spelers in het parasietenteam inlijven. Enkel indien je een benzinekaart ruilt, bescherm je je tegen infectie.

Let the games begin!

Het spel is maar net begonnen of de hel breekt los. Vanuit de machinekamer ontdekken we een vijftal kamers. Maar telkens botsen we op beveiligingsdeur. En niemand heeft een codekaart. Of niemand zegt dat hij of zij een codekaart heeft. Het wantrouwen neemt inderdaad stevig toe. Maar samenwerken is nodig. Al snel worden er koppeltjes gevormd die enkel met elkaar ruilen. Thaïs en ik worden het meeste gewantrouwd, dus slaan we de handen in elkaar. Renaat vertrouwt niemand en tracht in zijn eentje te overleven. En niemand wil ruilen met die Engelse wijsneus. Behalve Sarah.

Dan gebeurt het. Tijdens de laatste ruil stokt het gezicht van onze Engelse speler even. Misschien is het niets. Maar als ik de tafel rondkijk, zie ik Thaïs met grote ogen terugstaren. Een korte knik in de richting van ‘lieve Sarah’ en het besef groeit. Ze heeft het ook gezien. Er is maar één conclusie: Sarah is de gastheer en ze heeft net een slachtoffer gemaakt!

Ik ruil mijn kogels met Thäis en samen beginnen we op Sarah en de Engelsman te schieten. Beschuldigingen vliegen over en weer en rake klappen worden uitgedeeld. Twee tegen twee vuren we op elkaar tot de kogels bijna op zijn. Om het helemaal af te maken, moet Renaat ook zijn kogels gebruiken. Maar tot ons afgrijzen kiest hij de kant van de parasieten. Volledig overtuigt van het feit dat wij de slechteriken zijn. Smeekbedes, bedreigingen en feilloze redevoeringen vermurwen hem niet.

Maar dan maken de parasieten een kapitale fout. Net als Renaat de kamer binnenstapt om het genadeschot te geven, ruilt hij met Sarah. Haar kaart: een infectiekaart. Zijn kaart: een benzinebus! Renaat beseft onmiddellijk zijn fout en vuurt een salvo af op de Engelsman. Oh, zoete overwinning. En maakt dan Sarah af. Oh, triomf. Als we enkele beurten daarna de meeste parasieten afmaken met een granaat is het gevaar geweken. We lokaliseren het nest, gooien er een benzinebus of tien tegenaan en steken de boel in brand. Whoehoe! De wereld is opnieuw gered van een vreemde invasie!

Belangrijke detail: na het spel bleek dat Sarah inderdaad de gastheer was. Maar dat ze nooit probeerde om onze Engelse vriend te infecteren. De korte aarzeling was blijkbaar volledig ingebeeld. Nu ja, bedreiging geëlimineerd en een vervelende vragensteller als collateral damage. We konden er perfect mee leven ☺.

  • Aantal: 4 – 6 spelers
  • Duur: 30 – 45 minuten
  • Leeftijd: vanaf 10 jaar
  • Auteur: David Ausloos
  • Uitgever: White Goblin Games

Spel in Zicht

Renaat: Panic Station bracht een grote beleving en dit maakte er een speciale spelbelevenis van. Ik vraag me af of het spel even leuk blijft na pakweg 5 of 10 spelletjes.

Thais: De hoge graad van interactie en het smeden van complotten maakte er voor mij een topspel van. Ideaal om met vrienden te spelen!

Sarah: “Een puik spel! Vooral de psychologische oorlogsvoering spreekt aan. Argwaan en achterdocht troef. Er is echter één groot nadeel: ben je verdacht en word je geliquideerd, dan is het spel voor jou gedaan… Tijd om snacks en drinken te halen? ;-)”

Jesse: “Prachtig hoe je vrij eenvoudig achterdocht en paranoia zo fel kunt aanwakkeren. Panic Station is complex en moeilijk genoeg om vooral veelspelers aan te spreken. Een topper voor groepen die fantasie, verbeelding en emoties kunnen ventileren. Een nachtmerrie voor wie zich niet in de groep kan smijten. De kracht van het spel schuilt zeker hier in het gezelschap.”

  • Spelmateriaal
    6
  • Tactiek
    8
  • Complexiteit
    8
  • Interactie
    8
Share.